Overzicht oud-orkestleden Dutch Swing College Band

Periode 1945 – 1990

Met korte biografie

Peter SchilperoortPeter Schilperoort (Anne Peter)

Den Haag 4 november 1919 – Leiderdorp, 17 november 1990

klarinet, altsaxofoon, baritonsaxofoon, cornet, drums, piano, sopraansaxofoon, tenorsaxofoon, orgel, vocals, contrabas, quena, bassaxofoon, gitaar, banjo

Zonder Peter Schilperoort zou er nooit een Dutch Swing College Band zijn geweest en zonder hem zou het orkest ook nooit zo succesvol zijn geweest. Al vanaf 1936 speelde hij klarinet na voor die tijd al pianoles te hebben genoten. Ook gitaarspelen was een van zijn eerste muzikale activiteiten. Vanaf 1940 tot in 1943 speelde Peter in de Swing Papa’s van Iwan Poustochkine. De oudere broer van Iwan, Constantin (Toto voor vrienden) voorzag de musici van advies. Met de bagage die Schilperoort vergaarde in die periode werden samen met pianist Frans Vink de eerste plannen gemaakt voor een soort van instituut waar muziek, en met name jazzmuziek, de nodige aandacht zou krijgen. Dit instituut zou direct na de oorlog een begin krijgen. Er werd een naam voor bedacht: Dutch Swing College.

Verreweg de meeste plannen die op de lijst waren gezet kregen geen of nauwelijks vervolg. Maar lesgeven, een jazzclub en een orkest gevormd door voornamelijk de leraren kreeg wel vorm. Het orkest kreeg de naam ‘the Orchestra of the Dutch Swing College’. Begin vijftiger jaren werd de naam geleidelijkaan Dutch Swing College Band. Peter speelde daarin voornamelijk klarinet en af en toe altsax en baritonsax. Vanaf halverwege 1946 nam Peter de leiding over van de aftredende Frans Vink. Bij alle wijzigingen die daarna in de bezetting zouden plaatsvinden was het afscheid van Peter Schilperoort in september 1955 een zeer opmerkelijke. Ook Peter koos voor een carrière waarin hij zijn genoten opleiding tot technisch ingenieur te gelde kon maken. Zijn werkzaamheden bij Fokker maakten duidelijk dat hij voor een dergelijk bestaan geen voorkeur had. Nog enige tijd werkte hij als zeilinstructeur en als filmer in een samenwerkingsverband met fotograaf Max Koot. In die periode was hij op muzikaal terrein actief met verschillende eigen combinaties en her en der als gast bij diverse orkesten. Tenslotte keerde hij in 1959 terug bij de Dutch Swing College Band op verzoek van manager en gitarist/banjoïst Arie Ligthart die een beroepsstatus voor het orkest nastreefde. Op 6 december 1959 werd Schilperoort weer leider van een sterk veranderde Dutch Swing College Band. Maar liefst 30 jaar zou hij het orkest daarna leiden. Jaarlijks werden grote tournees gemaakt, zoals naar West-Duitsland, Zwitserland, Scandinavië, Engeland en Schotland. Nadat in 1961 de eerste buiten-Europese tournee werd gemaakt naar Argentinië, Uruguay en Chili volgde al spoedig tournees naar het Verre Oosten en Afrika. Pas in de zeventiger jaren kon aan deze uitgebreide lijst ook Amerika en Canada worden toegevoegd.

Het was Peter Schilperoort die verantwoordelijk was voor de muzikale lijn van het orkest en hij deed dit zeer succesvol. Ook arrangementen schrijven was een van de bijdragen.

Met enige regelmaat moest Schilperoort verstek laten gaan vanwege problemen met zijn gezondheid. In zijn DSC-periode is hij naar schatting een keer of vijf aan zijn handen geopereerd. Ook kaakproblemen speelden hem parten. Peter Schilperoort was 70 jaar toen hij in september 1990 zijn laatste concert met zijn Dutch Swing College Band speelde.

Frans VinkFrans Vink

Den Haag, 18 mei 1918 – Den Haag 13 januari 1967

piano

Frans Vink kreeg klassiek pianoles. Muzieklezen en –schrijven was geen probleem voor hem. Vóór de oorlog speelde hij in the Moochers. Tijdens de oorlog was hij met Peter Schilperoort betrokken bij de plannen voor de Dutch Swing College. Deze naam is pas na de bevrijding ontstaan, maar de plannen voor muziekopleiding, opnamefaciliteiten, les en nog diverse andere opties stonden al genoteerd. Nadat het orkest, waarvan Frans Vink de eerste leider was, vorm had gekregen kwamen er geleidelijkaan ook verschillen van inzicht aangaande het repertoire en de te kiezen richting. Dit leidde tenslotte in juli 1946 tot het vertrek van Vink. Zijn muzikale weg vervolgde hij vanaf 1950 in een combo met o.a. trompettist Joost van Os. Nog later maakte hij deel uit van het Birdland Kwintet van drummer Arie Merkt. Frans Vink overleed op slechts 49-jarige leeftijd. Op de weinige opname die bewaard zijn gebleven is te horen dat hij een uitstekend pianist was.

Tonny NüsserTonny Nüsser

Rotterdam, 28 augustus 1923

slagwerk

Tonny Nüsser verhuisde met zijn ouders naar Den Haag. In deze voor Nederland belangrijkste jazzstad ruilde hij zijn oorspronkelijke plannen om illustrator/schilder te worden in voor de muziek. In de periode tot de bevrijding kreeg hij slagwerkles, maar Nüsser is toch voornamelijk autodidact. Ook raakte hij betrokken bij de plannen van Frans Vink en Peter Schilperoort, die onder de naam Dutch Swing College na de bevrijding gestart zouden worden. Ook bassist Henny Frohwein, bijna een buurman van Nüsser, sloot zich bij deze plannen aan. Dankzij de mogelijkheid om bij de familie Nüsser te eten te krijgen creëerde Tonny een aantrekkelijk adres voor de eerste repetities van het orkest, nog in kwartetbezetting. Dankzij deze voorbereidende werkzaamheden konden de vier musici vanaf bevrijdingsdag met hun muziek de feestelijkheden van opgewekte klanken voorzien.

Tonny Nüsser zou tot ongeveer half 1947 bij the Orchestra of the Dutch Swing College blijven. Zijn muzikale carrière zette zich voort in modernere stijlopvattingen. In 1949 richtte hij samen met Henny Frohwein het Atlantic Kwartet op. Ook werkte hij jarenlang aan de zijde van cabaretier Toon Hermans en pianiste/zangeres Pia Beck. Tonny Nüsser mag zeker gerekend worden tot de belangrijkste Nederlandse drummers.

Henny FrohweinHenny Frohwein

Den Haag, 27 september 1924 – Den Haag, 13 juli 2012

contrabas

Al rond zijn vijftiende levensjaar kreeg Henny Frohwein les op zijn instrument. De leraar was H. Stotijn. Als vrijwel buurman van Tonny Nüsser was ook hij betrokken bij de eerste plannen onder de naam Dutch Swing College. Als eerste bassist van wat later de Dutch Swing College Band zou gaan heten was Henny één van de vier musici die het startsein gaven op 5 mei 1945 op het terras van St. Regis in Den Haag. Toen orkestleider Frans Vink in juli 1946 besloot om het gezelschap te verlaten volgde Henny Frohwein zijn voorbeeld. Met een groep onder de naam Four Flying Dutchmen, voorheen Four Lucky Strikes, speelde hij de periode na zijn vertrek. In 1949 begin hij samen met drummer Tonny Nüsser het Atlantic Quartet waarvan hij later de leiding overnam. Met deze groep werden in Nederland de eerste bop-opnamen gemaakt. In 1959 stopte Frohwein als actief musicus.

Bill BrantBill Brant (William)

Den Haag, 19 oktober 1915 – Winnipeg (Can.), 3 maart 1997

trombone

De vader van Bill Brant was een Engelsman, getrouwd met de Nederlandse Clasina Kip. Dankzij zijn Britse vader had hij een Brits paspoort. Bill groeide op in Nederland en ontwikkelde al snel belangstelling voor muziek. Niet alleen als musicus, maar ook als arrangeur in een breed scala van muzieksoorten. Gedurende vrijwel de gehele oorlog zaten Bill en zijn vader in Duitse gevangenschap. Direct na terugkomst in Nederland sloot Bill zich aan bij de groep die als ‘Orchestra of the Dutch Swing College’ actief was geworden. De bijdrage aan de DSC bleef beperkt tot ongeveer half 1947. Bill bleef actief in de muziek en speelde met verschillende orkesten in Europa en het Midden Oosten. In 1953 vertrok hij naar Canada en kwam als musicus in dienst van het Canadese leger. Vanaf 1960 speelde hij als zelfstandig muzikant en schakelde grotendeels over van trombone naar contrabas. Na 1977 werden zijn activiteiten in de muziek door gezondheidsproblemen minder. Gedurende zijn periode met de DSC zijn geen officiële platen gemaakt. Er bestaan wel enkele studio-opnamen.

Joost van OsJoost van Os (Pieter Joost)

Rotterdam, 15 januari 1921 – Leidschendam, 21 november 1984

trompet

Joost van Os wordt al snel genoemd in Haagse jazzkringen. Tussen 1933 en 1938 leidde hij een eigen orkest: Joost van 0s and his Rhythm. In de periode 1938-1943 was hij de trompettist van The Swing Papa’s en in de laatste oorlogsjaren leidde hij Joost van 0s’ Residentie Dansorkest. Al voor het einde van de oorlog maakte hij samen met Peter Schilperoort plannen die de jazzmuziek in Nederland aandacht en ondersteuning moesten geven. Uit deze plannen ontstond de Dutch Swing College. Zodra de bevrijding een feit was werd verder aan deze plannen gewerkt en Joost van Os was actief als redacteur en uiteraard als musicus. Met Joost als trompettist kwam uit alle activiteiten ook ‘the Orchestra of the Dutch Swing College’ voort. Hij speelde in dit gezelschap mee tot ergens in 1947. Officiële grammofoonplaten werden in die periode niet gemaakt, maar bij het DSC-jubileum in 1980 werden ook van de line up met Joost enkele titels op de plaat gezet. Van Os was vanaf 1975 ook actief in de Swing Society olv Jan Pieters. Van dit gezelschap is een langspeelplaat uitgebracht.

Otto GobiusOtto Gobius

17 mei 1917 – Genolier (CH), 27 december 1993

gitaar

Otto Gobius was niet alleen de eerste gitarist, maar tevens de eerste manager van the Orchestra of the Dutch Swing College. Van hem kwam het initiatief om als publiciteit te spelen in Café Zillerthal, Nieuwstraat 21 in Den Haag. Het orkest was al geruime tijd in dezelfde samenstelling actief en het optreden werd een succes. Gobius liet evenwel zijn persoonlijke carrière voorgaan en vertrok al in maart 1946 uit het orkest in verband met zijn vertrek twee maanden later naar Indonesië. Jaren later vestigde hij zich in Zwitserland. Bij het jubileum in 1980 zagen vele liefhebbers van de Dutch Swing College Band Otto Gobius voor het eerst op het podium.

Wout SteenhuisWout Steenhuis

Den Haag, 23 februari 1923 – Margate-Broadstairs (UK), 9 juli 1985

gitaar, banjo

Wout Steenhuis maakte, net als zijn voorganger Otto Gobius, niet heel lang deel uit van the Orchestra of the Dutch Swing College. In maart 1946 startte hij om al in 1947 het gezelschap weer te verlaten. Steenhuis ging naar Engeland alwaar zijn vader een bedrijf runde in conserven-import. Steenhuis nam de functie van zijn vader over. Wel bleef hij actief als gitarist en in die hoedanigheid trad hij op voor zowel radio als televisie. Ook maakte hij grammofoonplaten, waaronder een LP samen met Peter Schilperoort. Wellicht geïnspireerd door Les Paul maakte Steenhuis ook dubbelopnamen. Bij zijn woonadres had Steenhuis een eigen opnamestudio. Zijn muziekkeuze bepaalde zich niet tot jazz, ook andere stijlen, zoals bijvoorbeeld Hawaiïn, maakten deel uit van zijn repertoire.

Joop SchrierJoop Schrier

Den Haag, 1 augustus 1918 – Den Haag, 1 april 1995

piano, klavecimbel

Na het vroegtijdige vertrek van Frans Vink viel de keuze op Joop Schrier om de vrijgekomen pianostoel te gaan bezetten. Peter Schilperoort kende Schrier al vanuit de Swing Papa’s, die drie jaar daarvoor door de oorlogssituatie genoodzaakt waren te stoppen. De pianistische specialiteiten van Schrier lagen feitelijk meer op het gebied van boogie woogie, blues en stride piano. Mede door zijn klassiekgerichte muziekopleiding bezat hij de kwaliteiten om in een traditioneel jazzorkest te functioneren. Vanaf half 1946 maakte hij deel uit van de Dutch Swing College Band. Na het vertrek van leider Peter Schilperoort in september 1955 werd Joop Schrier de nieuwe orkestleider. Met frisse tegenzin overigens. Naast zijn activiteiten als musicus had hij nog verschillende nevenfuncties op muzikaal terrein: jurylid bij de Edsionuitreiking, platenrecensent bij het maandblad Luister, bestuurslid van de Johan Wagenaar Stichting waarbij gericht werd op beoefening van muziek door amateurmuzikanten. Naast piano speelde Schrier ook klavecimbel. Met dit voor jazzmuziek ongebruikelijke instrument werd in 1954 een speciale opname gemaakt van I’ve found a new baby. In december 1959 overhandigde Schrier de zogenaamde leidersstrik terug aan Peter Schilperoort. Bij de keuze om het orkest als beroepsformatie te laten functioneren verliet ook hij de Dutch Swing College Band.

Eddie HammEddie Hamm

Rotterdam, 24 september 1920 – Den Haag, 21 september 2012

contrabas

Ook de in Rotterdam geboren Eddie Hamm had in de Swing Papa’s gespeeld.voordat hij in mei 1946 de plaats van Henny Frohwein overnam. Eddie begon zijn muzikale loopbaan met het bespelen van de gitaar. De hiermee verworven kennis van akkoorden waren voor hem een goede basis toen hij overstapte naar de contrabas. Op bas speelde hij voorafgaand aan de oorlog met de Lumirex Mike Serenaders en later met de Moochers. Min of meer gelijktijdig met Peter Schilperoort werd Eddie gevraagd bij de Swing Papa’s te komen spelen. Hij bleef bij dit gezelschap tot het eind van het orkest in 1943. Direct na de oorlog speelde hij bij het orkest van Kees van Dorsser, de latere DSC-trompettist. Eddie’s periode bij de Dutch Swing College Band zou maar net twee jaar duren. Jammergenoeg werden in die jaren nog geen grammofoonplaten van het orkest opgenomen. Eddie ging voor zijn werk bij KLM naar Indonesië en na zijn teugkeer half 1951 speelde hij bij de Down Town Jazz Band, Pia Beck en vanaf 1966 bij de Reunion Jazz Band. In 1954 maakte Eddie toch nog een grammofoonplaat met de Dutch Swing College Band, echter niet op bas maar op tuba. Alexander’s ragtime band werd een stevig succes.

Arie MerktArie Merkt

Den Haag, 19 januari 1925 – Leiden, 7 oktober 1990

slagwerk

Na het vertrek van Tonny Nüsser in 1947 werd Arie Merkt de nieuwe slagwerker. Incidenteel heeft Merkt ook als vocalist opgetreden en daarnaast bespeelde hij ook de gitaar waarvoor hij ook lessen heeft gevolg bij Peter Schilperoort. Op foto’s van de Dutch Swing College Band uit de periode met drummer Tonny Nüsser staat ook Arie Merkt afgebeeld. Wellicht als voorbereiding op zijn opvolging, maar misschien ook als fan van het orkest. Startte als drummer bij de Dixieland Pipers in 1946 en speelde na zijn afscheid van de Dutch Swing College Band in het Birdland Quintet met o.a. Frans Vink en Jan Morks. Daarnaast diverse activiteiten en samenstellingen waaronder begeleiding van Pia Beck. In 1955/1956 vervolgde hij zijn carrière bij de Down Town Jazz Band waar hij ook als vocalist op plaatopnamen te horen is. Vanaf 1958 niet meer als drummer actief met als uitzondering zijn bijdrage bij het Dutch Swing College Band-jubileum in 1980.

Dim KesberDim Kesber (Wladimir)

Den Haag, 8 januari 1930 – Den Haag, 6 juni 2013

klarinet, altsaxofoon, baritonsaxofoon, sopraansaxofoon

Als voorloper van de plannen voor een DSC kreeg Dim Kesber rond 1944/1945 al klarinetles van Peter Schilperoort. Zijn toetreden tot the Orchestra of the Dutch Swing College moet ergens in 1946/1947 hebben plaatsgevonden. Dim komt al voor op foto’s waarop ook Bill Brant staat afgebeeld. Zo zijn ook zijn activiteiten op baritonsaxofoon alleen door foto’s aangetoond. Altsaxofoon en later ook sopraansaxofoon (het instrument waarop ook Schilperoort speelt) leert hij er zelf bij. Dim blijft bij de Dutch Swing College Band spelen totdat het besluit om beroeps te worden onomkeerbaar is. Eind 50-er jaren wordt zijn bijdrage aan het orkest onaangenaam onderbroken vanwege het vervullen van dienstplicht. Vanaf november 1958 heeft het orkest weer twee rietblazers. Na zijn periode bij de Dutch Swing College Band is Dim actief met verschillende eigen formaties zoals Dim Kesber and Friends en the Augmenters. Daarnaast speelt Dim vanaf de start in 1966 bij de Reunion Jazz Band.

Wim KolsteeWim Kolstee (Willem Julius)

Den Haag, 30 april 1927 – Den Haag, 2 februari 2006

trombone, piano

Al direct na de oorlog speelde Wim Kolstee als pianist in een kleine formatie met klarinettist Dim Kesber. Als trombonist was hij medeoprichter van de Dixieland Pipers. Al in 1947 vond Kolstee aansluiting bij the Orchestra of the Dutch Swing College. Een vaste plaats werd het pas later, nadat Bill Brant uit Nederland was vertrokken. Op de eerste grammofoonplaat op label Decca was hij de vaste trombonist. Op de eerste langspeelplaat (1955 Swing College at Home) is Kolstee ook als pianist te horen in een kwartetstukje met Dim Kesber. Autodidact op trombone was Kolstee de man die op uitstekende wijze de verbinding maakte tussen blazers en ritme. In september 1959 verliet hij de Dutch Swing College Band. In eerste instantie bleef hij de trombone trouw in verschillende gezelschappen zoals de Stork Town Dixie Kids en de Reunion Jazz Band. In de laatste periode van zijn leven kreeg de piano de voorkeur.

Kees van DorsserKees van Dorsser

Den Haag, 28 april 1915 – Rozendaal (?), 24 november 1988

trompet

Tijdens de feestelijkheden direct na de oorlog leidde Kees van Dorsser een eigen orkest waarmee o.a. in Apeldoorn voor de Canadese militairen werd opgetreden. Al eerder was hij leider van de Moochers. Andere orkesten waarmee hij heeft gespeeld waren de Swing Papa’s, Klaas van Beeck, the Ramblers, Snip and Snap Revue, Lex van Spall, Ernst van ’t Hoff en Dick Willebrandts. Oorspronkelijk volgde Van Dorsser een piano-opleiding afgerond met een Staatsdiploma. Hij speelde daarnaast ook klavecimbel.

Eind 1947 werd Kees de nieuwe trompettist van the Orchestra of the Dutch Swing College als opvolger van Joost van Os. Al in juli 1948 werd de eerste commerciële 78-toerenplaat opgenomen. Van Dorsser was een kundig en betrouwbaar trompettist waardoor bij het orkest een hoog kwaliteitsniveau kon worden behaald. De populariteit groeide in de vijf jaren van zijn deelname opzienbarend. In 1953 koos Van Dorsser voor een carrière als akoestisch ingenieur, maar bleef nog wel actief als musicus in zijn vrije tijd.

Chris BenderChris Bender

Rotterdam, 13 juli 1926 – Amstelveen, 26 mei 2004

contrabas

Voordat Chris Bender de contrabas ging bespelen volgde hij vanaf 1934 vier jaar lessen op viool gevolgd door twee jaar lessen aan het Conservatorium. Het bespelen van de contrabas leerde hij in praktijk. Hij speelt zowel viool als contrabas in verschillende gezelschappen. Vanaf 1946 speelde hij enige tijd bij Pia Beck en vervolgens bij de Dixieland Pipers. Zoals zoveel orkestleden uit dit orkest maakte ook Chris Bender in 1948 de overstap naar the Orchestra of the Dutch Swing College waarin hij tot begin 1950 actief was. In februari 1953 toerde hij met de Dutch Swing College Band nog een week in Zwitserland met gastsolist Sidney Bechet. Na zijn periode bij the Orchestra of the Dutch Swing College speelde hij nog in het Rob Madna’s Octet, het Peter Schilperoort Kwartet, bij Rita Reys en Wessel Ilcken en Wybe Buma’s Dixielanders.

Dick BakkerDick Bakker (Dirk Jan)

Probolingo (Indonesië), 18 September 1921 – Ångelholm (Zweden), 20 november 1964

banjo, gitaar

De eerste grammofoonplaat van the Orchestra of the Dutch Swing College werd in juli 1948 gemaakt met een bezetting waarin de banjo cq. gitaar ontbrak. Er was na het vertrek van Wout Steenhuis niet direct een vervanger totdat Dick Bakker zich bij het orkest voegde. Rond september 1948 had de band weer een gitarist-banjoïst.

Dick kwam in 1932 vanuit zijn geboorteland Indonesië naar Nederland. Na een reizend bestaan (Zweden, Australië, Indonesië en Engeland) volgde vanaf september 1948 zijn deelname aan the Orchestra of the Dutch Swing College. In die periode werden de befaamde Summit en Tempo-platen opgenomen. Ook werd in die tijd voor het eerst met Sidney Bechet opgetreden. Begin 1950 verliet hij het orkest en vestigde zich in Denemarken, later in Parijs en vervolgens Zweden. In 1964 emigreerde het gezin van Dick Bakker naar Australië. Dick zelf zou later nakomen, maar bij zijn vertrek uit Zweden verongelukte het vliegtuig aan de westkust van Zweden.

Joop van LeeuwenJoop van Leeuwen

Den Haag, ca. 1926 – onbekend, ca. 1965

banjo, gitaar

Van Joop van Leeuwen is weinig tot niets bekend. Naar het schijnt werd voor de opvolging van Dick Bakker in begin 1950 gekozen tussen Joop van Leeuwen en Arie Ligthart. De keuze viel op Joop en in zijn periode tot begin 1952 werden verschillende 78-toerenplaten opgenomen waaronder de opname met Sidney Bechet. Voor zijn komst naar de the Orchestra of the Dutch Swing College had Van Leeuwen trombone gespeeld in de Down Town Jazz Band. Na ca. 15 maanden besloot de leiding van het orkest om in zijn plaats Arie Ligthart van de Dixieland Pipers te vragen. Van Leeuwen nam Arie’s plaats in bij het orkest van Eric Krans.

Bob van OvenBob van Oven (Rudolf von Oven)

Djakarta (Indonesië), 19 augustus 1923 – Dortmund (D), 4 februari 2006

contrabas

Al jong bespeelde Bob de viool in een klein gezelschap. Qua volume kon de viool niet wedijveren met de rest van het ensemble en Bob besloot op de in de repetitieruimte gevonden contrabas te gaan spelen. Met dit instrument en eerdere ervaringen opgedaan op gitaar kwam Bob in de jazzmuziek terecht. Eerst modern georiënteerde jazz bij o.a. Rob Madna en ook in de Hot Dogs, pas later in de traditionele jazz. Chris Bender had the Orchestra of the Dutch Swing College verlaten en Bob werd uitgenodigd auditie te doen. Niet veel later werd besloten zijn achternaam als Van Oven te gaan vermelden en Bob werd een zekerheid in de ritmesectie van het orkest. Hij werd befaamd om zijn speciale techniek waarbij, voornamelijk in soli, de snaar zo werd bespeeld dat deze ook de hals aantikt. Veel amateurbassisten hebben getracht deze stijl te imiteren. Nadat de Dutch Swing College Band in 1960 professioneel werd speelde Bob nog vier jaar mee en besloot begin 1964 met zijn gezin naar Australië te emigreren. Daar speelde hij bij het fameuze orkest van pianist Graeme Bell. Maar in september 1965 was Bob weer terug bij de Dutch Swing College Band. Niet voor heel lang, want het leven als beroepsmusicus was niet zijn hoogste ideaal. Eind 1966 nam Bob definitief afscheid van het orkest. Hij stapte over naar Jan Burgers’ New Orleans Syncopators en weer later naar de Harbour Jazz Band. Vervolgens vestigde hij zich in Duitsland.

Arie LigthartArie Ligthart

Den Haag, 8 maart 1924 – Rijswijk, 1 december 1997

gitaar, banjo, klarinet, cavaquinho, requinto

Op jeugdige leeftijd werd Arie al met muziek geconfronteerd. Zijn bovenbuurman was de gitarist John Penningh de Vries en Arie hoorde hem oefenen. Geen wonder dat ook hij geïnteresseerd raakte in de gitaar. Tijdens de oorlog kon hij met dit instrument voor publiek spelen en op deze manier trachten wat beter in het levensonderhoud te voorzien. Er werd veelal Hawaii-muziek gespeeld. Na de oorlog ging hij spelen bij Eric Krans’ Dixieland Pipers waarmee hij ook grammofoonplaatopnamen maakte en begin 1952 maakte hij zijn eerste opname bij the Orchestra of the Dutch Swing College. Bij zijn overstap had Arie bedongen dat hij ook het management van het orkest in handen zou krijgen. Door zijn handelsgeest werden na korte tijd betere gages haalbaar en ook de populariteit van het orkest groeide opvallend. Arie zag zichzelf gedurende zijn gehele carrière toch voornamelijk als gitarist. Dat van zijn hand een gitaarcursus verscheen in een logisch gevolg. Toch was Arie ook een opvallend goede banjospeler. Geïnspireerd door de successen van het beroepsorkest van Chris Barber initieerde Arie Ligthart de stap van de Dutch Swing College Band om beroeps te worden. Vanaf 1960 speelde daardoor de band in een sterk gewijzigde samenstelling. Ook werden door deze verandering lange tournees in verre gebieden haalbaar. De Dutch Swing College Band werd een wereldwijd bekende naam. In 1974 vond Arie het genoeg geweest. Zijn dubbele agenda van uitvoerend musicus en manager was volgens de officiële lezing een te zware belasting. Arie stopte als musicus en werd fulltime manager van de Dutch Swing College Band. Na bijna een jaar kwam een uitnodiging van de Harbour Jazz Band om weer te gaan spelen. Tot 1990 speelde hij in dit orkest. Daarna noopte zijn gezondheidssituatie het gitaar- en banjospelen te beëindigen.

Wybe BumaWybe Buma (Wybe Gerard van Haersma Buma)

Den Haag, 15 december 1924 – Scheveningen, 28 augustus 1998

trompet, vocals

Wybe Buma volgde al op zeer jeugde leeftijd trompetlessen. Tijdens de jaren 1941-1943 speelde hij bij de Blue Rhythm Gangsters van Eric Krans en kort na de oorlog bij de Dixieland Pipers. Zoals zovelen speelde hij zich via deze weg in de belangstelling van Peter Schilperoort en zijn orkest. Wybe zou al de opvolger van Joost van Os worden, maar Kees van Dorsser kreeg de voorkeur. In 1953 komt Buma alsnog bij de Dutch Swing College Band. Precies in een periode waarin de band steeds vaker gaat optreden en ook regelmatig op de radio te beluisteren is. Ook het opnemen van grammofoonplaten begint routine te worden. Wybe is er bij als de eerste LP, direct een opname met publiek, wordt gemaakt. Wybe is ook het eerste orkestlid die een vocale bijdrage aan een plaatopname levert (Ice Cream – juni 1959). In december 1959 neemt Buma, samen met Kesber en Schrier, afscheid van de Dutch Swing College Band. Hij speelt daarna met een eigen orkest, zes jaar bij Jan Burgers’ New Orleans Syncopators (onder de schuilnaam Peter Boss) en vanaf de start in 1966 bij de Reunion Jazz Band.

André WestendorpAndré Westendorp (André Christiaan Michel)

Den Haag, 17 maart 1926 – Reading (Penn. USA), 12 december 1987

slagwerk, kornet, trompet, piano

André maakte zijn eerste plaatopnamen eind 1950 als drummer met de Dixieland Pipers. Naast slagwerk speelde hij ook kornet. Tussen 1951 en 1952 was hij verbonden aan het orkest van Aart Steffelaar. Begin 1952 volgde hij Arie Merkt op als drummer bij de Dutch Swing College Band. Doordat Westendorp ook bedreven was in het spelen van kornet kon de Dutch Swing College Band vanaf zijn komst een repertoire opbouwen met twee trompettenbezetting. Schilperoort en later Jan Morks verving dan op slagwerk. In 1955 werd met Westendorp de eerste live-LP (Swing College at Home) opgenomen. In 1956 gevolg door Jazz at the Seaport, eveneens met publiek. Daarnaast nog 24 titels op andere plaatopnamen en tal van radio-opnamen. Inmiddels afgestudeerd als arts vertrok het gezin Westendorp op 11 juni 1957 naar de U.S.A., waar hij zich als medicus vestigde. In 1980 was André aanwezig bij het 35-jarig jubileum. In diverse titels speelde hij trompet naast Kees van Dorsser en Wybe Buma.

Jan MorksJan Morks

Padang (Indonesië), 14 oktober 1925 – Den Haag, 3 september 1984

klarinet, slagwerk

Op 10-jarige leeftijd begon de muziekcarrière van Jan Morks met pianolessen. Daarnaast speelde hij gitaar en contrabas. Tijdens de oorlog leerde hij zichzelf klarinet spelen en met dit instrument maakte hij faam. Zijn contacten met traditionele jazz begonnen in de Dixieland Pipers van Eric Krans. Van dit gezelschap (toen nog onder de naam Jolly Dixieland Pipers) was Jan één van de oprichters. In diezelfde periode maakte Jan ook een korte tijd deel uit van Aart Steffelaar’s Ultramarine Jazz Band. In 1955 werd hij de opvolger van Peter Schilperoort bij de Dutch Swing College Band. Een plezierige bijkomstigheid van Jan’s muzikale mogelijkheden was dat hij in de twee-trompettetenstukken de slagwerkpartij van André Westendorp en later Martien Beenen kon overnemen.In 1957/1958 was Jan zelfs de enige klarinettist vanwege de tijdelijke afwezigheid van Dim Kesber. Bij de overgang naar de beroepsstatus bleef Jan als enige uit de blazerssectie bij het orkest. Het leven als beroepsmusicus was echter niets voor hem. Elk concert dezelfde routine behoorde niet tot zijn wensen. In maart 1961 verliet hij het orkest en begon via een dienstverband bij de Down Town Jazz Band een eigen kwintet. Met dit opvallende gezelschap won Jan in 1963 de Edison voor de afdeling Jazz. Later speelde Morks nog bij Ted Easton en daarna in de heropgerichtte Dixieland Pipers. Begin tachtiger jaren startte Jan weer een eigen gezelschap: Jan Morks’ Jazz Mates. Deze 6-mans bezetting maakte in 1984 nog een semi-live cd. Naast klarinet speelt Jan inmiddels ook tenorsaxofoon en sopraansaxofoon.

Martien BeenenMartien Beenen (Martienus Joannes Theodorus)

Ede, 19 februari 1933

slagwerk, trompet

Begonnen bij Jack Redler’s Rhythm Club als trompettist. Vervolgens bij Eric Krans’ Dixieland Pipers en daarna bij Ted Easton op ventieltrombone. De Dutch Swing College Band zocht in 1957 een nieuwe drummer en liefst een die ook trompet zou kunnen spelen. Bij Ted Easton had Martien al af en toe slagwerk gespeeld. Om bij de Dutch Swing College Band die rol te kunnen vervullen heeft hij toen een spoedcursus gevolgd. Zijn spel was ook direct een stuk moderner van opvatting dan zijn voorganger André Westendorp. Dit paste goed bij de ontwikkeling die het orkest doormaakte. In 1960 bleef Martien de drummer en vervolgde zijn carrière bij de band als professional. Toen in 1961 Jan Morks het orkest verliet ging ook Martien Beenen weg. Morks en Beenen speelden gezamenlijk een periode bij de Down Town Jazz Band en ook in het kwintet van Morks speelde Beenen mee. Weer later kwamen de twee muzikanten elkaar weer tegen bij de Swing Society van Jan Pieters en bij de Reunion Jazz Band. In het dagelijks leven was Martien werkzaam in de reclamebranche. Ook ontwierp hij o.a. de plaathoezen van de Reunion Jazz Band.

Dick KaartDick Kaart (Dirk)

Haarlem, 10 juni 1930 – Haarlem, 7 februari 1985

trombone, baritonhoorn

Al in september 1959 besloot trombonist Wim Kolstee afscheid te nemen van de Dutch Swing College Band. Vlak voordat het orkest de beroepssatus ging aannemen. Ruim voor die tijd werd daarom uitgekeken naar een vervanger die zich ook kon vinden in de voorgenomen plannen. Dick Kaart was op dat moment ongeveer zes jaar werkzaam bij de Skymasters. Hij had een uitstekende instrumentbeheersing en was ook zeer goed opgeleid in alle facetten van het vak. Eind 1959 speelde hij al enige maanden met de oude samenstelling voordat in januari werd begonnen met de Dutch Swing College Band als beroepsorkest. Jarenlang was Dick Kaart een vaste waarde voor het orkest. Solistisch maakte hij ook grote indruk. Dankzij de tournees die vanaf 1960 werden gemaakt heeft Dicky, want zo werd hij meestal aangesproken, de gehele wereld bereisd. Tijdens die tournees maakte hij ook kennis met tal van gastsolisten, waarvan wellicht trombonist Trummy Young, die jarenlang bij Louis Armstrong speelde, de meeste indruk om hem maakte. In het begin van de tachtiger jaren bleek Dick Kaart een ernstige ziekte te hebben die hem in het begin af en toe het meespelen onmogelijk maakte. De ziekte bleek progressief en Dick kon nog net zijn 25-jarig jubileum met de Dutch Swing College Band vieren. Slechts enkele maanden nadien overleed hij op slechts 54-jarige leeftijd.

Oscar KleinOscar Klein

Graz (A), 5 januari 1930 – Plüderhausen (D), 12 december 2006

kornet, trumpet, gitaar, vocals

Oostenrijker van geboorte, maar door de oorlogsomstandigheden bracht hij een belangrijk deel van zijn jeugd door in Zwitserland en Italië. Terug in Oostenrijk speelde hij met klarinettist Fatty George en later in het Zwitserse orkest the Tremble Kids. Tijdens een festival in Zürich hoorde Arie Ligthart zijn spel en dit leidde tot de uitnodiging om vanaf januari 1960 mee te komen spelen bij het inmiddels professionele Nederlandse orkest. Hiermee was Oscar de eerste niet-Nederlander in het gezelschap. Zijn kornetspel, later schakelde hij over naar trompet, was uitstekend, maar andere invloeden maakten het voor Oscar steeds moeilijker in een voor hem buitenlands orkest te blijven spelen. In november 1962 nam hij afscheid en voegde hij zich weer permanent bij zijn gezin. Met echtgenote zangeres Miriam Klein vervolgt hij zijn carrière in de komende vier jaar. Daarna kwam hij weer tot 1982 bij Fatty George te spelen. Tot het eind van zijn leven speelde hij met verschillende bands en ook als gastsolist.

Louis de LussanetLu Ssanet (Louis Maurice de Lussanet de la Sablonière)

Surabaya (Indonesië), 3 juni 1937 – Kuranda (Australië), 4 november 2014

slagwerk, vocals

Louis’ eerste ervaringen in de jazzmuziek waren met pianist en schoolgenoot Hein van der Gaag. Het slagwerk spelen leerde hij zichzelf aan. Vanaf 1956 maakte hij deel uit van Eric Krans’ Dixieland Pipers, waarmee hij verschillende grammofoonplaten maakte. Ook speelde hij bij het Peter Schilperoort Kwintet en vervolgens bij het orkest van trompettist Wybe Buma. Na het onverwachte afscheid van drummer Martien Beenen deed Peter Schilperoort een beroep op Louis. Al na enkele maanden volgde een tournee van ongeveer drie maanden naar Zuid-Amerika. De periode waarin Louis de Lussanet het slagwerk bespeelde was misschien wel de meest succelvolle tijd van de Dutch Swing College Band. Tournees naar Duitsland, Engeland/Schotland, Denemarken, Maleisië, Afrika en Australië werden meermaals gemaakt. Ook een belangrijk deel van de plaatopnamen werd in die tijd gemaakt. De Lussanet toonde zich een excellente slagwerker. In 1965 kwam er vrij plotseling einde aan zijn dienstverband. Louis ging op muzikaal terrein andere werkzaamheden doen, zoals het orkest van Rogier van Otterloo. Inmiddels had hij ook lessen gevolgd aan het Conservatorium hetgeen zijn mogelijkheden verruimden. Begin tachtiger jaren besloot hij te emigreren, eerst naar Nieuw-Zeeland, later naar Australië. Door geheel andere werkzaamheden kwam zo een eind aan de muziekcarrière.

Ray KaartRay Kaart (Desiré, François)

Haarlem, 13 januari 1934 – Haarlem, 13 januari 2011

trompet, drums

Ray’s broer Dick speelde al vanaf 1959 in de Dutch Swing College Band en nadat in 1962 Oscar Klein het orkest verliet was de keuze voor Deetje bijna een vanzelfsprekende. Dé had al geruime tijd laten horen wat een fantastisch talent hij was en dat was ook Peter Schilperoort c.s. niet ontgaan. Ray Kaart was overigens autodidact hetgeen zijn ontplooiingsmogelijkheden niet in de weg stond. Al in 1956 speelde hij bij het gezelschap van Ted Easton. Vanaf 1962 tot 1968 bij de Dutch Swing College Band. Problemen met het altijd op reis zijn zorgden voor zijn keuze om het orkest te verlaten. Met de Stork Town Dixie Kids en Ted Easton’s Jazz Band vervolgde hij zijn muzikale werk. Hij maakte een belangrijke plaatopname met Ben Webster en Haarlemmer Ruud Brink. In 1977 keert Ray terug naar de Dutch Swing College Band voor een periode van drie jaar.

Koos SerierseKoos Serierse (Jacobus, C.)

Rotterdam, 12 april 1936

contrabas

Koos Serierse was op zeer jeugdige leeftijd met muziek bezig. Lessen voor contrabas kreeg hij bij het Rotterdam Philharmonisch Orkest. Hij speelde in het begin van de zestiger jaren met grootheden als Herman Schoonderwalt, Rob Madna, Frans Elsen en Rob Agerbeek. Voor een periode was hij werkzaam in de begeleidingscombo van cabaretier Toon Hermans. In 1964 werd hij de opvolger van de naar Australië geëmigreerde Bob van Oven. Al snel vormde zich met Arie Ligthart en Louis de Lussanet een uitzonderlijk goede ritmesectie. In de jaren 1964-1965 werden met Koos Serierse grote buiten-Europeese tournees gemaakt naar Uganda, Kenya, Tanganyika, Zuid-Afrika, Ethiopië, Maleisië, Australië, Nieuw-Zeeland, wederom Zuid-Afrika en Rhodesië. Daarnaast drie keer naar Engeland en Schotland en een uitgebreide tour door West-Duitsland en Oostenrijk. Na een verblijf van anderhalf jaar bij de Dutch Swing College Band verliet Koos het orkest om zich binnen de jazzmuziek breder te oriënteren. Hij behaalde het diploma cursus lichte muziek en ging lesgeven op contrabas en basgitaar op het Conservatorium.

Peter YpmaPeter Ypma

Tjimahi (Indonesië), 15 juli 1942 – Rotterdam, 29 juli 2013

slagwerk

Peter Ypma zou de drummer worden met het kortste dienstverband bij de Dutch Swing College Band. Slechts van september 1965 tot mei 1966. Toch werden in die korte periode zo’n 10 plaatsessies uitgevoerd waaronder een live-LP in Berlijn en een Louis Armstrong tribute-LP. Zijn ervaringen met traditionele jazz had hij opgedaan bij de Down Town Jazz Band. Ypma was technisch zeer vaardig en goed opgeleid in zijn vak. Een aanbieding om in Berlijn bij het TV-orkest Sender Freies Berlin te komen spelen was dermate aanlokkelijk dat Ypma zijn plaats bij de Dutch Swing College Band daar voor inruilde. Later in zijn carrière speelde hij met vele grote namen uit de jazzmuziek. Hij maakte lange tijd deel uit van het Pim Jacobs Trio. Verder werkte hij als docent aan het Conservatorium in Rotterdam.

Huub JanssenHuub Janssen (Hubertus Cornelis Petrus)

’s-Hertogenbosch, 16 januari 1937 – Eindhoven, 24 januari 2008

slagwerk

Huub’s vader speelde accordeon, als straatmuzikant en op feesten en partijen. Op zijn vierde verjaardag kreeg Huub een drumstelletje en dit werd de start van een grootse carrière als uitvoerend musicus. Eerst samen met zijn vader en na enige tijd als extra man bij het Cocktail Trio van Ad van de Gein. Daarna speelt hij nog een jaar bij Tom Manders voordat hij, ontdekt door Ray Kaart en Bob van Oven, voor de Dutch Swing College Band wordt benaderd. Vanaf mei 1966 speelt Huub al regelmatig mee, maar hij staat nog elders onder contract. Pas vanaf 1967 is Huub Janssen de vaste drummer van de band. Hij valt op door zijn enorme technische vaardigheden, die hij demonstreert in drumsoli van vaak meer dan tien minuten.

Vanaf de zeventiger jaren speelt Huub ook samen met klarinettist Bob Kaper, bassist Henk Bosch van Drakestein en pianist Marcel Hendricks in het Flashback Quartet. Daarnaast blijft Huub nog jarenlang verbonden aan de platenmaatschappij Telstar van Johnny Hoes. Bij de produkties van dit bedrijf heeft Huub ontelbare artiesten begeleid bij hun plaatopnamen. Bij de Dutch Swing College Band maakt Huub ook de gehele periode mee waarin grote Amerikaanse gastsolisten deelnamen aan tournees en plaatopnamen. In 1990, kort na het overlijden van Peter Schilperoort, moet Huub noodgedwongen afscheid nemen door de gevolgen van een verkeersongeluk. Huub heeft 25 jaar bij het orkest gespeeld en liet zich in die tijd slechts enkele keren vervangen. Na zijn DSC-periode volgden nog de activiteiten met zijn eigen orkest, Huub Janssen’s Amazing Jazz Band.

Chris SmildigerChris Smildiger (Christiaan, Hendrik)

Den Haag, 2 maart 1929 – Den Haag, 21 oktober 2010

contrabas, piano

Na maanden met invallers op contrabas te hebben gespeeld kwam in september 1967 eindelijk een einde aan dit ongemak. Chris Smildiger trad toe als bassist. Chris kreeg op 7-jarige leeftijd al pianoles en vanaf zijn 16de voegde hij ook de contrabas toe aan zijn mogelijkheden. Na de oorlog speelde hij als pianist in Frankrijk en Duitsland en vervolgens speelde hij drie jaar op schepen van de Holland-Amerika Lijn. Via de Dixieland Pipers en de Down Town Jazz Band komt Chris in de Dutch Swing College Band. Heel af en toe speelt hij ook piano in dit gezelschap (Peter Schilperoort hanteert dan de bas). Chris speelt nog mee in een in februari 1970 opgenomen televisieregistratie naar aanleiding van het komende 25-jarig bestaan van de Dutch Swing College Band, maar op het op 2 mei gehouden feest in het Kurhaus in zijn plaats ingenomen door Henk Bosch van Drakestein. Tussen 1971 en 1975 is Chris met een eigen groep (Chris Smildiger Swing Combo) nog regelmatig in Den Haag te beluisteren.

Bert De KortBert de Kort (Gijsbert)

Amsterdam, 4 september 1942

kornet, vocals

Vanaf 1968 heet de nieuwe kornettist Bert de Kort. Op 15-jarige leeftijd was hij begonnen met dit instrument en startte zijn beroepscarrière in het circuit van US Forces Clubs in Frankrijk en Duitsland. Rond 1967 maakte hij deel uit van de Stork Town Dixie Kids en vervolgens speelde hij in de USA. Aanbevolen door Ray Kaart werd Bert als diens opvolger gevraagd. In de tien jaar die Bert deel uitmaakte van de Dutch Swing College Band maakte hij een keur van Amerikaanse gastsolisten mee waarmee ook platen werden opgenomen. In augustus 1977 besloot Bert in Amsterdam de jazzclub Jazzland te beginnen. Opvallende genoeg werd hij opgevolgd door de man die hijzelf had opgevolg: Ray Kaart. Na enige tijd liet Bert de Dixieland Pipers herleven. In de blazerssectie kreeg hij hierbij de medewerking van klarinettist Jan Morks. In 1999 komt Bert weer terug bij de Dutch Swing College Band die inmiddels onder leiding staat van Bob Kaper.

Henk Bosch van DrakesteinHenk Bosch van Drakestein (Jonkheer Henri)

Den Haag, 20 juni 1928 – Den Haag, 19 augustus 1993

contrabas, basgitaar, cello, banjo

Henk begon zijn muziekcarrière als autodidact op gitaar en bas. Speelde van origine in moderner georiënteerde jazzgroepen zoals het eigen Esquire Kwintet. Vervolgens met zangeres en pianiste Pia Beck en in gelegenheidsformaties met o.a. Frans Elsen. Veelal onder de schuilnaam Hank Wood. Vanaf 1957 maakte hij deel uit van het Peter Schilperoort Quartet en Combo en ook de Dixieland Pipers van Eric Krans. Tussen 1960 en 1970 waren zijn activiteiten hoofdzakelijk buiten de muziek. In 1970 werd Henk als opvolger voor Chris Smildiger gevraagd bij de Dutch Swing College Band. Een aantal jaren later kwamen hier ook activiteiten bij met het Flashback Quartet van Bob Kaper. In de vele jaren die Henk bij de Dutch Swing College Band speelde werden grote concertreizen gemaakt, veelal met Amerikaanse gastsolisten zoals Joe Venuti, Bud Freeman en Wild Bill Davison.

Vanaf ca. 1975 introduceerde hij de 5-snarige Van Zalingebas (elektrische bas zonder noemenswaardige eigen klankkast) in de sound van de band. Waarschijnlijk voornamelijk omdat bij het veeleisende reisschema een dergelijke bas aanzienlijk gemakkelijker te transporteren is. Tijdens zijn tijd bij de band heeft Henk zich enkele keren moeten laten vervangen vanwege zijn gezondheidsproblemen. Deze problemen leidden tenslotte tot zijn afscheid in februari 1989.

Jaap van KempenJaap van Kempen (Jacob Johannes)

Vlaardingen, 11 november 1936

banjo, gitaar

De opvolging van Arie Ligthart werd weliswaar zorgelijk tegemoet gezien, maar bleek toch heel goed mogelijk door de komst van Jaap van Kempen in 1974 die de overstap van het bedrijfsleven naar beroepsmusicus aandurfde. Tot dan speelde hij als amateur bij de Swincopators en vervolgens met Roefie Hueting’s Down Town Jazz Band. Met dit orkest maakte Jaap verschillende grammofoonplaten. Later met de Dutch Swing College Band zou deze produktie aanzienlijk uitbreiden. Ook schreef Jaap verschillende composities die hij dan als banjosolist ten uitvoer bracht. Tijdens zijn periode in het orkest werden tournees en radio- of plaatopnamen gemaakt met Teddy Wilson, Bud Freeman en Wild Bill Davison. Na vijf jaar verliet Jaap het orkest en vond weer emplooi buiten de muziek.

Fred MurrayFred (Mc)Murray (Ferdinand Jannes Thomas Pruim)

Breezand, 21 augustus 1932

piano

Het vertrek van Jaap van Kempen betekende ook dat het orkest qua instrumentatie een belangrijke verandering zou ondergaan. Banjo en gitaar verdwenen uit de klank en de piano kwam terug na een afwezigheid van zo’n veertig jaar. Als pianist viel de keuze op Fred Pruim die als musicus de naam Murray zou krijgen. Later maakte Peter Schilperoort hier zelf McMurray van omdat Fred bevorderd zou zijn. Fred’s vader was muziekleraar hetgeen de instap voor Fred logisch maakte. Hij kreeg een klassieke piano-opleiding van o.a. Gerard Hengeveld. In 1957 vertrok hij als beroepsmusicus naar Duitsland om in de Amerikaanse Clubs te spelen. Tussen 1962 en 1965 speelde hij op de ‘Rotterdam’ van de Holland-Amerika Lijn. Vervolgens werkte hij weer in Duitsland als pianist van het Rainbow Quintet. In 1979 werd hij benaderd voor een plaats in de Dutch Swing College Band. Fred accepteerde en speelde vervolgens 20 jaar in het orkest. Beroemde gasten die in die periode de revue passeerden waren o.a. Scott Hamilton, Toots Thielemans en Warren Vaché.

Rod MasonRod Mason

Plymouth (UK), 28 september 1940

kornet, soussafoon, klarinet, bassaxofoon, vocals

Na het vertrek van Ray Kaart in 1980 was een speurtocht naar een geschikte en bereidwillige opvolger in Nederland niet succesvol. Peter Schilperoort keek daarom ook buiten Nederland en de keus viel op een Engelsman van dan al grote naam: Rod Mason. Rod had zijn sporen al ruimschoots verdiend in de band van klarinettist Monty Sunshine, Acker Bilk and his Paramount Jazz Band en verschillende eigen combinaties. Het eerste orkest waarin Rod actief was is het orkest van zijn vader. Hoewel de kornet of trompet zijn hoofdinstrument zou worden heeft hij in de loop der jaren ook gespeeld op trombone, altasax, slagwerk en wat hem maar in handen kwam. Hij is sterk beïnvloed door Louis Armstrong. Bij de Dutch Swing College Band speelde Rod een opvallende rol waarbij hij eveneens invloed had op het repertoire en de uitvoering daarvan. Tot begin 1985 maakte Rod deel uit van de band. Hij vestigde zich in West-Duitsland en vormde een Hot Five Five-combinatie met Duitse en Engelse musici.

Bert BoerenBert Boeren (Engelbert, Thadeus, Henricus, Johannes)

Vught, 11 maart 1962

trombone, kornet, fluit

In de laatste periode waarin Dick Kaart actief was bij de Dutch Swing College Band waren er momenten dat hij wegens ziekte moest worden vervangen. Verschillende bekende trombonisten vielen in die tijd in. Ook Bert Boeren werd voor een invalbeurt benaderd en maakte daarbij zoveel indruk dat hij na het overlijden van Dick Kaart als zijn opvolger werd gevraagd. Technisch leken zijn mogelijkheden onbeperkt en dit ondanks zijn jeugdige leeftijd. Hij had drie jaar klassieke opleiding en van 1983-1988 les van Bart van Lier gehad. Vervolgens ging hij ook zelf lesgeven en kreeg functies bij het Conservatorium in zowel Rotterdam als Den Haag. Voorafgaand aan de Dutch Swing College Band speelde hij bij Ted Easton in diens jazzclub in Scheveningen. Bert bleef tot in 1999 bij de band maar werkte tijdens die periode al mee in allerlei projecten en plaatopnamen. Ook speelde Bert in zijn loopbaan al met vele grootheden. In een lijst die te lang is om op te noemen vallen namen op als Clark Terry, Arnett Cobb, Urbie Green, Scott Hamilton en Peanuts Hucko.

Sytze van DuinSytze van Duin

Amsterdam, 11 september 1954 – Schiermonnikoog, 4 februari 2016

kornet, trompet, piano

Al in 1984 was het duidelijk dat Rod Mason niet veel langer in het orkest zou meespelen. Toch duurde het nog tot april 1985, direct na een tournee in Engeland, voordat Sytze van Duin definitief diens plaats zou innemen. Schilperoort had Sytze horen spelen bij de Swing Society, het orkest van Jan Pieters. De orkesten waarmee hij eerder speelde waren de Seventy Five Seven en de band van klarinettist Gerrit Brouwer. Sytze was overigens pas vanaf ongeveer 1970 met traditionele jazz begonnen. Voor die tijd lag zijn interesse nog alleen bij klassiek en vervolgens ook bij populaire lichte muziek. Grote tournees stonden in die jaren wat minder vaak in de agenda, maar in april 1986 werd een uitgebreide tour door Engeland en Schotland gemaakt gevolgd door een drieweekse trip door de Sovjet-Unie. Ook in 1987, 1988 en 1989 stonden Engeland en Schotland weer op het programma. In september 1987 volgde voor de Dutch Swing College Band een tweede trip naar de USA, dit keer naar Los Angelos. In november gevolgd door de traditionele najaartournee in West-Duitsland. In juli 1989 was er het eerste bezoek van de Dutch Swing College Band aan Finland. In februari 1990 volgde nog een zeer uitgebreide reis naar Australië, Nieuw-Zeeland en Singapore. In mei 1990 was Sytze er bij toen de Dutch Swing College Band het 45-jarig jubileum vierde. Van deze gebeurtenis werd vervolgens een live-cd uitgebracht. In juli 1990 nam hij afscheid van zijn collega’s en speelde vervolgens bij verschillende amateurorkesten. In 1996 startte hij bij de Harbour Jazz Band.

Klaas WitKlaas Wit

Koog aan de Zaan, 16 april 1936

trompet

Na het vertrek van Sytze van Duin eind juli 1990 werd een beroep gedaan op Klaas Wit. Klaas stond bekend als een zeer ervaren en kundig trompettist. Hij speelde tot 1960 bij de New Orleans Syncopators en vervolgens bij Ted Easton, de Dixieland Pipers en de Beale Street Jazz Band. Vervolgens weer bij Ted Easton in diens jazzclub New Orleans in Scheveningen en bij Bertil Peereboom Voller. Vanaf 1971 speelde Klaas bij het VARA Dansorkest in in verschillende kleine combo’s met Rob Madna, Frans Elsen, Rob Agerbeek en Frits Kaatee. Na twee maanden in het orkest werd door het ontbreken van Peter Schilperoort voortaan in een 3-blazerssectie gespeeld. Halverwege de jaren negentig verliet Klaas de Dutch Swing College Band.